
De Roskam
De geschiedenis van Katwijk aan den Rijn wordt voor een deel beschreven in de historie van De Roskam. Katwijk aan den Rijn en het etablissement De Roskam is een twee-eenheid die niet los van elkaar te beschouwen is. De bewoners van het Rijndorp hebben een band met het monumentale gebouw, waarvan de leeftijd niet exact te achterhalen is.
Op een kaart van Pieter van Bilderbeeck (landmeter van Rijnland) uit 1627 is het gebouw al duidelijk te zien, toen nog in één laag met kap. Het bestond al geruime tijd toen in 1666 de stenen boogbrug over de Rijn werd gemaakt en de weg naar Leiden vlak langs het gebouw ging lopen. De band tussen Katwijk aan den Rijn en De Roskam werd al vroeg duidelijk, want als in 1715 de schout Carolus Boers, als lasthebber van de heer van Katwijk, de toen geheten Vergulde Roskam in de openbare verkoop brengt, wordt hij van “ouds vermaard en neringrijk” genoemd. De pleisterplaats was uitgerust met een paardenstal voor 12 paarden en zeer gewild, ondanks het feit dat er in Katwijk aan den Rijn meerdere Herbergen waren. Maar De Roskam spande de kroon, te meer omdat er ook het Regthuys gevestigd was, inclusief “gijselkamer”.
In de oude archieven worden verschillende herbergiers genoemd, die ook wel met de naam “hospes” worden aangeduid. Namen van zogeheten “hospes” zijn; Langeveldt, Van Hoorn, Bos en Varkevisser. De laatstgenoemde was Cornelis Varkevisser een bepaald niet bang uitgevallen personage. Dit bleek toen hij in 1811 (de Franse tijd) openlijk verklaarde in zijn logement geen ruimte te willen afstaan voor een militaire gevangenis. Ondanks dat deed hij zeer goede zaken in De Roskam, want in 1833 behoorde hij tot de kiezers voor de Provinciale Staten, een voorrecht wat in die tijd alleen aan de zeer gegoeden was voorbehouden. Het logement is door de jaren heen als een kapitaal gebouw beschouwt. In 1715 werd de inzet op fl 1350, = gewaardeerd en een taxatie uit 1751 vermeldt zelfs fl. 2000, = een prijs wat voor die tijd geen gering bedrag was.
De Roskam was een vergaderplaats voor de schout en schepenen en ook voor de baljuw en de welgeboren mannen die de “vierschaar” spanden. Toen de bestuurswerkzaamheden, onder leiding van de burgemeester Salomon Huygens, in Katwijk toenamen, werden diverse vetrekken in het gebouw door de gemeente in gebruik genomen. Pas in 1877 verliet de gemeente het gebouw om elders in de Rijnstraat haar intrek te nemen. Omstreeks 1885 kreeg het pand een grote veranda en werden de buitenmuren van een pleisterlaag voorzien. De exploitatie van De Roskam beleefde een duidelijk opgang. Naast de vele bijeenkomsten van dorpelingen, was het logement in trek bij kunstenaars, die de kust verruilden voor de pittoreske omgeving van Katwijk aan den Rijn. In de gastenboeken zijn namen terug te vinden van bekende schilders zoals die van Willem Roelofs en Van de Sande Bakhuyzen. Ook bij familieleden van leerlingen van het nabijgelegen “Heerenschool” was de eerbiedwaardige herberg in trek.
De Roskam is door de jaren heen een trefpunt en pleisterplaats geweest, waar met name de laatste tientallen jaren het verenigingsleven bloeide. De Rotary, de Lions, de Bridgeclub, de Herensociëteit en de Oranjevereniging waren allen vaste gasten van het etablissement. Het monumentale pand aan de Turfmarkt vormt niet alleen een fraaie aanblik, maar is met zijn historie niet weg te denken uit de samenleving van Katwijk aan den Rijn.

